Een vraag? Een suggestie?
Tel.: 015 78 7600
e-mail
Vul het formulier in

Interesse?

Wenst u meer nieuws, wetgeving en praktische informatie over elektriciteit?


Risicoanalyse en keuze van de leidingen: camera's in een crèche

Nieuws - 27/01/2021
-
Auteur(s): 
Dominique Rousseau


In een crèche worden camera's geïnstalleerd en bepaalde kabels moeten hiervoor in openlucht worden geplaatst in gemeenschappelijke ruimten. "Is een brandvrije kabel in de gemeenschappelijke ruimten verplicht"?, vraagt een van onze abonnees ons. Hieronder leest u het antwoord van Dominique Rousseau, kabel- en leidingspecialist.

Vooreerst is het belangrijk goed het onderscheid te maken tussen twee aspecten van het brandgedrag van kabels, namelijk:
  • de brandreactie, dat is de brandbaarheids- en ontvlambaarheidsgraad van een kabel, dus zijn aandeel in de verspreiding van een brand en in de kenmerken van de rookgassen;
  • de brandweerstand, dat is de geschiktheid van een kabel om zijn elektrische functie te blijven vervullen in weerwil van de uiterst kritieke omstandigheden van een brand.
Op basis van het voorgaande kan men zich afvragen wat de juiste betekenis is van de omschrijving ‘brandvrij’ die in de vraag werd gebruikt. Wat is de werkelijke betekenis van deze eis?
Aangezien het begrip ‘brandvrij’ niet voorkomt in de door NBN gehomologeerde normen of in Europese of internationale normen, moeten we voor een correcte kabelkeuze duidelijk verwijzen naar de bestaande classificaties die het brandgedrag van kabels uitdrukken.

Als referentie ter illustratie van deze analyse gebruiken we onderafdeling 4.3.3.4. van boek 1 van het AREI over de indeling van de geleiders en kabels op basis van de bescherming tegen brand.
  • Brandreactie :

Indeling volgens NBN C 30-004


Indeling volgens de RPC/CPR

  • Brandweerstand
Indeling volgens NBN C 30-004


We keren nu terug naar de vraag die in het begin werd gesteld: "Is de ‘brandvrije’ kabel in de gemeenschappelijke ruimten verplicht?"

Zoals we zopas hebben gezien, is het begrip 'brandvrij' niet duidelijk opgenomen in een exacte en normatieve classificatie op basis van het brandgedrag van elektrische kabels. Toch kunnen wij bevestigen dat dergelijke kabels op dat vlak betere prestaties leveren dan standaardkabels.

In dit stadium zijn echter geen elementen beschikbaar om te bevestigen dat de beoogde kabel al dan niet zijn elektrische functie moet kunnen behouden bij brand en, in dit specifieke geval, dat hij geclassificeerd moet zijn als 'brandbestendige kabel'.

De enige goede werkwijze bestaat erin de exploitant van de elektrische een risicoanalyse met betrekking tot zijn activiteit te laten uitvoeren op basis van de volgende vragen:
  • 1) Moet de betrokken kabel zijn elektrische functie behouden bij een brand?
    • Ja. In dat geval kan hij worden beschouwd als een elektrische leiding van een veiligheidsstroombaan (bescherming van mensenlevens) of van een kritische stroombaan (bijvoorbeeld bescherming van goederen).
      • Als die elektrische leiding 'niet-redundant' is volgens AREI onderafdeling 5.5.6.4.b., moet ze brandbestendig zijn (niveau FR2 of gelijkwaardig) of moet ze aan de diverse eisen met betrekking tot de installatie en de plaatsingswijze voldoen om het behoud van de elektrische functie te waarborgen.
      • Indien die leiding daarentegen 'redundant' is volgens AREI onderafdeling 5.5.6.4.c., is brandweerstand niet vereist.
    • b) Neen ... in dat geval hoeft dus geen brandbestendige kabel te worden gebruikt. Uiteraard kan men altijd een brandbestendige kabel plaatsen volgens het adagio "Baat het niet, het schaadt ook niet." Nog afgezien van het prijskaartje dat aan dit kabeltype hangt, is het altijd verstandiger het juiste product voor de juiste toepassing te kiezen.
  • 2) Wat zijn de ontruimingsmogelijkheden van het lokaal waarin of de plaats waarop de kabel in openlucht geplaatst is?
Voor de drie plaatsen, bedoeld in tabel 4.10 van onderafdeling 4.3.3.7.a. Vorming van rook bij brand, is het gebruik van halogeenvrije kabels vereist.



Ter aanvulling van die eisen kan met een risicoanalyse van de ontruimingsmogelijkheden in noodgevallen worden bepaald of halogeenvrije kabels noodzakelijk zijn voor de betrokken installatie.



Opmerking:
Indien de risicoanalyse een bevestigend antwoord op vraag 1 oplevert en het gebruik van een brandbestendige kabel verplicht is, hoeft vraag 2 niet meer te worden beantwoord aangezien brandbestendige kabels ook halogeenvrij zijn.

Diverse voorschriften en eisen van lokale autoriteiten, hulpdiensten, bestekken enz. kunnen echter hogere veiligheidsniveaus opleggen:
  • functiebehoud gedurende 1.30 u. of 2.00 u.;
  • halogeenvrije kabels;
  • normen voor branddetectie;
  • ...